Het was gisteren weer een stralende dag. In de ochtend hadden we het laatste deel van de werkgroepvergadering, eigenlijk een soort voorbereiding voor de conferentie die ’s middags zou beginnen. Aan het eind van de ochtend zijn we opgehaald door een bus die ons naar de haven brengt waar de conferentie wordt gehouden in het ongetwijfeld lelijkste hotel van Stockholm. Maar voordat we in de bus stappen worden we nog even langs de blauwe zaal van het stadhuis geleid. In de hele zaal geen blauw gezien. De naam is echter te danken aan de architect die de zaal eigenlijk blauw had willen schilderen als symbool van de verbondenheid van Stockholm met het water. Tegenwoordig wordt de blauwe zaal onder andere gebruikt voor het officiële diner na afloop van de uitreiking van de Nobelprijzen. Het is dus gewijde grond. Later die dag zullen we ontdekken dat dit niet het enige stukje is.


De blauwe zaal heeft overigens ook een orgel. Beneden staat het klavier en aan de muur hangen helemaal verscholen de 10.000 pijpen. We hebben geen demonstratie gehad van de klank maar dat zal hier vast ook indrukwekkend zijn.

Aankomst in de haven roept bij ons nog wat goede herinneringen op aan de vulkaanuitbarsting die ons in april in Helsinki hield. Nu even tijd om toch nog een foto te maken van de boot die toen uitkomst bracht en ons van Turku naar Stockholm voer.

De conferentie gaat over soundscapes, een relatief nieuwe ontwikkeling in het omgaan met geluidhinder in vooral dichtbevolkte steden. Lex Brown uit Australië hield een heldere keynote speech als basis voor de verdere conferentie: eerst drie excursies in de middag en de volgende dag een serie workshops. Daarover kunnen we kort zijn. De excursies waren stom vervelend en slecht georganiseerd. Een aantal van ons had het na de tweede wel gezien en zijn een eindje gaan wandelen.
In de avond was er een officiële welkomstreceptie door het gemeentebestuur van Stockholm georganiseerd. Deze vond plaats in het stadhuis maar nu in een heel ander deel. We komen binnen via de raadszaal, een gigantische zaal (Stockholm heeft 101 raadsleden) in de vorm van een omgekeerd vikingschip. Vooral het plafond is werkelijk prachtig. Op de foto lijkt het overigens net alsof je door het plafond naar buiten kunt kijken. Maar dat is niet zo. Er is een blauwe hemel in geschilderd. Ik had natuurlijk mijn camera niet mee genomen dus alleen wat fotootjes met de Iphone. Misschien krijg ik over 3 weken nog een herkansing als ik weer in Stockholm ben.


In de aangrenzende prinsenzaal was een rijk buffet aangericht waar ik me helemaal ziek heb gegeten aan zalm, zweedse gehaktballetjes en flensjes gevuld met cantharellen. Heerlijk. En passant ontdekken we dat de prinsenzaal gebruikt wordt als ontvangstzaal voor de Nobelprijswinnaars en het koninklijk gespuis voordat ze aan tafel gaan voor het officiële Nobeldiner. Hiervan geen foto’s. Maar wel van de gouden zaal waar we na het eten op weg naar de uitgang doorheen worden geleid. Letterlijk alles goud wat er blinkt: 23 karaats om precies te zijn, verwerkt in kleine glazen wandtegeltjes. Uiteindelijk blijkt al het goud samen maar 9 kilo te zijn. Maar goed, je kunt daar toch een aardig behangetje van maken. Iedereen was behoorlijk onder de indruk. De gouden zaal dient officiële balzaal bij de uitreiking van de Nobelprijzen.



Na afloop zijn we met een paar mensen nog wat gaan drinken in een café met 450 verschillende soorten Belgisch bier. We hebben ze maar niet allemaal geproefd.
Vandaag was het eigenlijk ook niet zo bijzonder. De workshops waren vaag geitenwollensokkengelul. Iedereen was blij dat het voorbij was. Inmiddels zijn de meesten ook al weer naar huis. Ik ga straks nog een hapje eten aan Sture Plan in de oude stad met Piet Sloven (Rotterdam) en Michelle McNally (Dublin).



Piet blijft nog een paar dagen. Ik ga morgen weer naar huis. Stockholm is een leuke stad en ik vind het helemaal niet erg om hier over drie weken nog eens naar toe te moeten. Maar dan ga ik wel proberen om nog een middagje in het oude centrum rond te kijken.
